BOJANGLES

Atlantic Ocean Tour 2017-2018 / Biscay and Back 2025

Marokko 2.0

Met een serieuze knal landen we op Tanger. Het applaus dat desondanks (of juist daarom) door de cabine galmt, versterkt ons vakantiegevoel. We zijn op reis met de boot maar nu op vakantie met het vliegtuig: van Porto naar Tanger gevlogen om daar een rondtrip te beginnen die via de woestijn in Oost Marokko naar Marrakech leidt. 

We zijn al aardig wat warmte gewend, maar de deken die de luchthaven over ons neerlegt is van een andere orde. Zo is dat dus hier. En het zal warmer worden, weten we. Op de inmiddels bekende rommelige wijze bemachtigen we Dinars en een huurautootje. Lijkt in de verste verte niet op het exemplaar dat we op internet dachten te bestellen, maar de airco doet het en hoe meer deuken hoe beter, dus zijn we tevreden.

We verlaten Tanger en koersen naar ‘de Blauwe Stad’. Op Insta schijnt deze stad het goed te doen, dus onze tieners zijn er helemaal voor in. Dat Marokko in het echt ook mooi is, wordt de eerste tientallen kilometers nog niet duidelijk want de stedelijke bebouwing oogt wat sober en ongestructureerd. Maakt niet uit, want we zijn tot nader orde volledig gebiologeerd door de politiecontroles. Al snel tellen we niet bijzondere nummerborden hier, of paarden (ezels!), maar politieposten. Elke 5 kilometer, of veel frequenter, worden we aandachtig geobserveerd. We kennen het klappen van de Marokkaanse zweep nog (zie hier), dus zitten op het puntje van onze stoelen om te gehoorzamen aan verkeersregels en gedragscodes. We kruipen op de politieposten af, knikken en bedanken en pruttelen giechelend door als we weer een paar kilometer gedoogd worden op ’s Konings wegen.

Als we de hoofdweg verlaten verandert de interesse van Louise en Minne langzaam maar zeker meer in het landschap. De wegen kronkelen door een heuvelachtig gebied en we zien schattige kleine stadjes. Ze hebben allemaal de kleuren van het landschap zelf, totdat de leemkleurige dorpjes langzaam worden ingeruild door blauw-witte bebouwing. Bij het inrijden van Chefchaouen ontstaan er zelfs opgetogen kreten van de achterbank. De blauwe stad is inderdaad vrij blauw, maar nog mooier door alle andere kleuren die de schoonheid van de stad tot een lust voor het oog maken. En schoon en opgeruimd is het ook. Overal wordt gepoetst en uitgestald: we rijden een soort museum in, dat ondanks de uitdossing toch authentiek oogt. Parkeren gebeurt ook op de ons reeds van destijds bekende wijze, met veel heren die ons -onderling druk gesticulerend en discussiërend- aan de buitenspiegel geleiden naar een heel speciale plek die zéér goed bewaakt gaat worden. De speciale plek is zo krap dat we ook heel speciaal vaak moeten insteken en de familie het nog heter krijgt dan het al is. Met de rugzakjes en een tasje -er is helaas weinig te sjouwen voor onze entourage- sjokken we naar ons hotelletje. We klimmen een wonderschoon steegje in en wanen ons na binnenkomst in onze riad in een sprookjeswereld a la Aladin. Dit gaat moeilijk -niet- overtroffen worden. De kinderen vergapen zich aan werkelijk alles dat in deze kleine riad te zien is. De lampen, het bad, de bedden, de kussens, de glaasjes: ‘kijk dit, kijk dit!’. En dan hebben we nog niet eens het meer dan warme welkom van de gastheer gehad, met extra hoog geschonken schuimende muntthee met koekjes en een snufje info over het stadje. 

Landen in Marokko in deze stad werkt perfect. Je krijgt Marokko voorgeschoteld door een blauwroze bril en ondanks de lange dag -we stonden voor dag en dauw op om de metro vanuit Povoa de Vazim richting de luchthaven te pakken- plakken we aan de avond nog een wandeling naar de plaatselijke berg om de zonsondergang vanaf daar te beleven.

Foto-ezel (wil betaald worden voor een foto) en katten-stad (een paar duizend goed verzorgde zwerf-exemplaren) op de achtergrond

De ene nacht in Chefchaouen lijkt er al snel een te weinig. Net als de hele reis al, is het moeilijk niet de ochtend te laten voorbijschieten voor we iets gedaan hebben.: onze kids zetten in op de avond en hebben in de ochtend serieuze opstartproblemen. Caatje en ik gaan dus voor het ontbijt op pad, om in het ochtendlicht te genieten van het ontwakende stadje, nog voor de koopwaar uitgestald wordt.

We vermoeden dat de enorme hoeveelheid katten op straat in natura betaalde ongediertebestrijders zijn

Een van politieposten vergeven rit brengt ons in Fez. Wel met een boete van 15 Euro blinkend op het dashboard, want blijkbaar ging er ergens iets mis tijden het naderen van een roadblock. Of goed juist, want de kinderen waren inmiddels wel toe aan het beleven waar al deze controles naar zouden kunnen leiden.

officieel lid van de Chefchaouen-clan

In Fez heeft onze riad een zwembad, weten we. Wederom is een dieptepuntje een hoogtepunt, want het zwembad is zo hilarisch klein dat Minne er eigenlijk alleen in zn uppie in past. En het is nog koud ook! Een ondieptepuntje dus. 

We bedenken als uitdaging om ons zelf tot gidsen te bombarderen en bereiden allemaal een bezienswaardigheid voor waarover we elkaar kunnen vertellen. Het lastigste is tijd te vinden de voorbereiding te doen, maar eenmaal op pad blijkt de formule wonderbaarlijk te werken. We volgens onze eigen route en eigen tempo, dat overigens ook gedicteerd wordt door sprintjes naar de toiletpotten. Louise en ik hadden onderweg naar Fez een road side bacilletje opgepikt wellicht…

We verlaten Fez met sjaals (en meer hoogkwalitatieve op het scherpst van de snede afgedongen prullaria) voor de woestijn waarnaar we op weg zijn. De route leidt via de plaatselijke openbare versie van de apenheul naar een tussenstop in een riad in Midelt, met wel een echt zwembad en in de avond wederom een ‘groentetoren’: de door Minne als zodanig gebombardeerde vegetarische versie van een tajine, die normaal gesproken uitgebreid van vlees voorzien is, maar in de vega versie vol ‘snoskommer’ zit en ander oplebberbare serieus gekookte groenten. Minne is niet kieskeurig, maar dat hij hier de grens trekt, snappen we. In Fez konden we overigens nog vrijwel naast onze Riad ‘het beste vega restaurant van de wereld’ bezoeken, een stinkeltje met een drietal uiterst vriendelijke dames die echt lekkere gerechtjes serveerden: we hebben er meteen geluncht en gedineerd. 

Kruizing tussen Beekse Bergen en de Apenheul

met dien verstande dat niemand zich tegen het dieet van de apen aanbemoeit
in onze stalen kameel oefenen we vast met het draperen van onze professionele dessert-sjaal

De weg naar Merzouga is wederom indrukwekkend. We rijden door de noordelijke Atlas en zijn onder de indruk van het feit dat en hoe er hier geleefd wordt: we zien tenten-kampen van nomaden en tellen tienduizenden schapen en geiten, her en der aangevuld met een ezel en verdwaalde kameel. Politiecontroles worden inmiddels achterwege gelaten, maar toch houden we ons haast panisch aan de verkeersregels en galmt ‘stopbord’ door onze citroën als de bijrijders er één ontwaren. 

Hotel Santa Fe in Disneyland? Neuh, een heeeel authentieke Kashba in de Sahara

Een snotterende gastheer -‘voor het eerst in een auto met airco gezeten’- schenkt ons thee in in zijn Kashba aan de rand van Merzouga. Net als in Porto zijn we ook nu weer onthutst door wat er in 8 jaar tijd veranderen kan. Destijds was het hier een rommelige aangelegenheid, met her en der een riad en een clubje kamelen aan de rand van de Sahara. Inmiddels is er een stadje ontstaan met een soort horeca, met veel meer kashba’s, met enorme kuddes toeristen-kamelen en overal terreinwagens, quads en duin-surf opties. En wij gaan er ook weer voor: de kids staan er op de Sahara nog een keer te beleven (en het zich wel te gaan herinneren).

Als we de snotterthee op hebben (de ‘no sugar please’-versie) vallen we haast om als we onze kamer(s) zien. Groot, verzorgd, luxe! En dat in de woestijn. We kunnen bijkomen bij het zwembad, dat raar genoeg niet eens bloedheet is. En wat gaat de zon hier vroeg en vlot onder trouwens. Of, gaat de zon niet onder maar komt er een donkere lucht op ons af misschien? Enkele minuten later waaien we bijna over de muren van de kashba heen. Om niet gezandstraald te worden is naar binnen vluchten de enige optie. 

Een prima koele nacht later ligt de snottergastheer bij de receptie de wacht te houden en heeft het blijkbaar zo heet dat hij zijn onafscheidelijke tulband af heeft gedaan. Verdacht wel. Wij maken ons op voor het avondprogramma. Niet nadat we veel zwemmen en tussendoor huiswerk maken (ja, andersom was logischer misschien). In woestijnoutfit en met de Fez-sjaal in de aanslag melden we ons bij onze Sahara-vriend. We hebben een privé-optocht met onze eigen karavaan, die naar een zonsonderganguitzichtduin leidt en dan naar het tentenkamp. De kamelenhoeders knopen onze Fez-sjaals professioneel om de kop en dan zijn we klaar voor het opstijgritueel.

Huiswerk bij 45 graden. De boeken trekken bijkans krom. De stiften drogen subiet uit. De blik dwaalt af naar het zwembad…

Zo hoort dat dus. Begin met een knoop, wikkel om de kop, knoop eruit, zwiep voorlangs en weer lekker instoppen.

Het onderstel van de kamel vouwt zich kunstig uit en net voor we denken de rodeo wedstrijd te verliezen zitten we 2 meter hoger van het uitzicht te genieten. Als zeevarenden kunnen wij deze ‘schepen van de woestijn’ prima aan, kwa zeegang dan. Toch wordt de bips beurser van een kameel dan van een boot en is met name Louise erg bezorgd over het feit dat de kameel achter haar zijn herkauw-sahara-snot aan haar broekspijp wil afvegen.

Kijk eens mama, sur place zonder handen!

Men reist blijkbaar graag in cognito in de Sahara. Je blijft anders maar zwaaien naar alle bekenden.
Zie ook de uitmuntende kwaliteit katoen van onze keihard afgedongen Fezziaanse Sahara sjaal.

Het ware Gerard de Rooy gevoel beleven we in deel twee van de tocht. We rijden regelmatig meer op een oor dan we met de Bojangles voeren so far.

De zonsonderganguitzichtduin is mooi maar leent zich niet voor het aangekondigde doel. Inmiddels herkennen wij de donkere lucht en zijn blij dat we in een 4×4 het laatste deel naar ons kamp mogen afleggen. We hebben onze wonderbaarlijk prachtig glampingtent nog niet betrokken of de duinen waaien ons horizontaal om de oren. Als we gezandstraald de centrale tent bereikt hebben, wordt daar onze lekkerste maaltijd so far in Marokko geserveerd. Ondertussen beseffen de kinderen hoe bizar tourisme de omgeving en gedrag van mensen beïnvloedt. Dat we in de woestijn een luxe tent met badkamer (stromend water!) hebben, zulke maaltijden geserveerd krijgen en zelfs wifi hebben: dit gaat te ver. Louise stelt meteen voor de telefoon uit te doen. Lijkt het nog een beetje afgelegen hier. We gaan hier graag in mee. Ook met de lokale musici trouwens. Hier zien we de investering in jaren muziekles terug.

Vroeg in de ochtend is het licht het mooist en wandelen we een stukje de Sahara in. Minne sleept zich voort. Een combi van toch te veel zon en de start van het airconditioningvirus van onze vorige kashba vermoeden we. 

Omdat we het enorme ontbijt niet op krijgen moeten wij voor straf naar huis lopen

Terug uit de woestijn klimmen we weer in onze Citroën en zetten de toch voort richting in de steenwoestijn noordwest van de Sahara. Na een ruige landing, onverhard doet de naam volledig geen eer aan op deze ruige rotsweg, eindigen we in een schitterende oase in Skoura. De eigenaresse vertelt ons waar we de volgende dag de rivier het best in kunnen: een kadootje.

Verder rijden richting Marrakech leidt via onze Outerbanks connecties in Ouarzazate -de befaamde Atlas Studio’s oftewel het Hollywood van Marokko- en Aït Ben Haddou. Snikheet is het inmiddels en onze gastheer in de volgende riad is verbaasd dat er nog toeristen langs komen. In Spanje is het zomerseizoen net begonnen, hier is het al weer voorbij. We boeken de mooiste kamers voor een prikkie.

Aït Ben Hadou: Outer Banks decor. Ongeacht het decor vallen er vele doden. Een vriendelijker pose zou volledig misstaan in deze setting.

Als de politiedichtheid serieus toeneemt en we boete nummer 2 te pakken hebben, weten we dat we in de buurt van een grote stad zijn. Volledig geadapteerd aan Marokkaans stadsverkeer raken we niet in de stress als google ons steegjes instuurt die voor anderhalve ezel geschikt zijn, maar niet voor ons autootje en een roedel brommerrijders. Toch wurmen we ons het centrum in en trekken in in alweer een schitterende -laatste boeking van het seizoen- suite. Via de tips van de Cierraadjes komen we bij een Amsterdamse-Marokkaanse in de fietsslipstream terecht. Een verrassende route voert verplicht continu bellend de souk uit en vervolgens naar sjeike buitenwijken waar Fransen en niet-bovenwereld-figuren de economie spekken. Een blik werpen op het Koninklijk paleis leidt ogenblikkelijk tot een reprimande van een aanscheurende gezagsdrager en een aangename doch kortstondige verhoging van de tergend trage tred. In onvervalst plat Marokkaans-Amsterdams leren we vervolgens hoe we hier in vastgoed zouden kunnen investeren. Die stellen we nog even uit. Liever dingen we nog 5 cent af op een voor koper uitgemaakt messing snuisterijtje in de fantastische souk, die ten opzichte van Fez nog best georganiseerd is. Ook anders dan Fez: Marrakech is her en der hartstikke hip, compleet met rooftopbars en virgin mojito’s.

Rechts boven de ‘monkey fingers’ berg. Er zijn ook hele andere structuren herkenbaar in deze rotspartijen, maar Marokko is een heel christelijk land, dus ‘monkey fingers’ mensen

Moe maar voldaan zeggen we na tien dagen Marokko vaarwel. Wat een fantastisch land, wat een super lieve leuke mensen, wat een overweldigende afwisselende landschappen. Een prachtige dadel op onze tajine.

Next Post

Previous Post

1 Comment

  1. Mieke 26th July 2025

    Wat een ontzettend leuk en geestig verhaal weer!
    Ik heb genoten en meegelift op deze trip.
    De foto’s spreken boekdelen!
    Wat fijn dat jullie zo genieten!
    Dank, kussen, Mieke

Leave a Reply

© 2026 BOJANGLES

Theme by Anders Norén