Terug aan boord in Povoa de Vazim kunnen we de verleiding niet weerstaan de twaalf mijl naar het zuiden te pakken om Porto ook met de boot aan te doen. Het Povoa Spook heeft ons niet te pakken gekregen, constateren we opgelucht als we tussen de havenhoofden de oceaan opvaren. Nu nog weg blijven van de wellicht meer realistische antagonisten: de orka’s. De ondeugende groep beweegt langzaam richting de westelijke Algarve om daar de bocht omhoog te nemen. Alhoewel we nog twee dagen zeilen afstand hebben van dat gebied, voelt het toch unheimisch dat niet heel ver weg in het prachtige blauwe water wezens zwemmen die nu en dan een roer slopen.



Op de diverse gremia worden de ‘interacties’ gedeeld en daardoor is deze ‘dreiging’ niet theoretisch. Interessant is dat iedereen die dit gebied invaart op zoek is naar zekerheid en oplossingen, maar dat het toeval en de willekeur van deze zeezoogdieren niet beheersbaar zijn. ‘Ontlopen’ lukt niet altijd en hoe af te schudden is voer voor eindeloos discussie en veel verschillende aanwijzingen van diverse ‘autoriteiten’. We monitoren de waarnemingen van interacties dus en gaan proberen weg te blijven uit de gebieden waar roeren het begeven.
Met de bekende vaart worden we door de Nortada richting Porto geblazen en twee uur later varen we de Douro op. Maakten we ons 8 jaar geleden nog druk over de diepte van de aanloop, dit maal takelen we ons zwaard omhoog en weten dat we met een diepgang van 1.10 meter geen enkele issue hebben. Voor de marina worden we opgepikt door de havenmeester in een rubberboot en worden naar een steiger in de marina begeleid.

De marina is een toeristische trekpleister geworden zien we en het schattige dorpje achter de haven ook. Daar is het aantal restaurantjes verveelvoudigd. Toch lijkt het nog best authentiek gelukkig en zijn de formules veelal zoals destijds: opa grillt sardientjes en wat andere vissen, moeders bestiert de logistiek en de (klein)kinderen rennen met de borden.
Om de benen te strekken lopen we een stuk langs de Douro. De kids bedenken dat we verder komen als we op de terugweg een stepje pakken. Dat was sinds Londen al de grote wens. Toen pakten we de deelfiets en lieten de elektrische deelstep staan, tot grote frustratie van Minne… Nu dus wel, we gokken op een minder actief politieapparaat in deze uithoek van Porto dan in het centrum van Londen.


De terugweg per step voegt weer een hoogtepuntje aan de dag toe. Extra lekker na de lange wandeling is het langs de rivier naar de haven scheuren, met weinig legaal een ouder en kind op een stepje. Over de klinkers knallen is een minder prettige ervaring overigens. De nieren worden geschud, handen en voeten worden gevoelloos. Toch weten we meteen dat -nu we geen fietsen meer kunnen huren in de haven, zoals voorheen- met de steps Porto tot prettige proporties krimpt. Desalniettemin wandelen we enorme einden de volgende twee dagen, met serieus veel hoogtemeters. Op de laatste dag voor vertrek kunnen we ook de port-proeverijen niet weerstaan. Nog meer dan over de kwaliteit van de port, verbazen wij ons over de kwantiteit die in proeverijen uitgedeeld en met name genuttigd wordt. We zijn duidelijk port-pussies.





Met enigszins ingecalculeerde mazzel kunnen we na twee nachten Porto perfect terugzeilen naar het noorden. De Nortada is even uitgezet en dus zien we onze kans schoon koers richting Spanje te zetten. We vertrekken vroeg en komen een half etmaal later aan bij Illa de San Martiño. Het ligt onder Cies en alleen het strand mag betreden worden. Gehuld in nevels heeft het groene eiland wat weg van een Caribisch pirateneiland. Het inspireert ons met de kids de klassieker Pirates of the Carribbean te gaan kijken.







Minne knutselt een midgetgolf baan van ‘natuurlijke materialen’.

De route leidt vervolgens naar Cangas om de gastank te vullen (echt waar) en doen vanuit daar een veerboottripje naar Vigo op en neer. Leuke stad vinden we en de uitdaging om via het park naar het oude fort te klimmen loont. Prachtig uitzicht over de ria en leerzame geschiedenislessen waar ook ons land van deel uitmaakt.
De ria uitvaren leidt via Cies. Hadden we onszelf al een maand eerder beloofd. Aanvankelijk ankeren we aan de zuidzijde, maar het is er diep en krap en rollerig, dus varen we naar de meer conservatieve oostkant. Natuurlijk zoeken we weer schelpen, maar Minne heeft tijdens een rondje suppen met Caatje ook veel vissen zien zwemmen en dus zetten we een expeditie op met de harpoen van Hans aan boord, van de sup. Langs de rotsen zien we in de diepte een voor ons doen groot exemplaar zwemmen en een plons en een schot later hebben we tot onze verbazing een serieuze vis aan de speer zitten. Als we die trots aan Caren laten zien krijgt die de bibberaties: Cies en omgeving is een natuurreservaat en mag je hier wel speervissen? Hoezo niet? In de nacht wemelt het om het eiland van de broodvissers! We moffelen de vis en ons wapen aan boord van de Bojangles en lezen op het internet dat de lipvis (weten we dan ook meten) een corpus delicti is.



We besluiten dat we de ria’s voor deze tocht voldoende uitgespeeld hebben en lichten het anker om weer richting a Coruña te koersen en vervolgens de Spaanse noordkust op te zoeken. We willen graag richting Bilbao hoppen. Plat voor het lapje -de Portugese Zuid?- zeilen we naar Laxe. Een noordelijke ria die we niet eerder bezochten en met name een praktische hub naar a Coruña oplevert. Op de suger scoop zetten we de vers geïmporteerde BBQ in de fik en testen de lipvis op eetbaarheid. Een magere voldoende, niet graatmager want graten zijn er juist weer voldoende, maar het kan aan de bereiding gelegen hebben.
Halfwinderend en uiteindelijk op de tor varen we onze geliefde Noordspaanse stad weer binnen. Voor de zoveelste keer lijkt het. Gaat niet vervelen hoor, voelt juist lekker vertrouwd. De kids zijn zeer tevreden: je kan hier shoppen, nagels laten doen, perfect uit eten: niet precies de redenen waarom we op reis wilden, maar we begrijpen het enthousiasme. Uiteindelijk bedenken we zelfs een reden waarom we op de laatste middag in ‘onze stad’ sushi zouden mogen eten en dat wordt helemaal een klapper: de geflambeerde versie van botervis is volledig de bom.


Hemelse sushi. Hemels schoonheid



De kids organiseren en koken een feestelijk en vurrukkulluk verrassingsdiner op de avond voor vertrek uit a Coruña
De eerste hop die we plannen leidt naar Gijon. Als noordkustamateurs spreken we Gijon op zn Frans uit, maar we leren al snel dat we naar ‘Gigon’ gaan zeilen. Een kleine 150 mijl die we in een etmaal kunnen afleggen. Weer en wind doen ons besluiten in de middag te vertrekken, met verse taart aan boord, want op de tweede dag van het etmaal is er één jarig, hoera.



Een verjaardag op zee. Wat een kado! Pielen an dek en een luxe ontbijt, taart: wat wil je nog meer?
De kust waarlangs we koersen is ruig en prachtig. Toch weer anders dan de westkust en met name ook heel erg hoog. In de verte zien we de Pico’s de Europa en het spijt ons dat we niet meer tijd hebben die te bezoeken door tussenhopjes te maken.
De 21e wordt een feestelijke dag waarop de Biskajaanse wateren ons prachtig laten zeilen en Caatje en de kids een hele ochtend feestelijkheden prepareren in de kombuis en de kuip wordt gepavoiseerd. Vlak voor we Gijon aanzeilen belanden we in een tonijnenjaagpartij. Wij willen graag meejagen, op de jagers, slingeren ons suf tussen de springende vissen, maar vangen bot.
In de schemer meren we af in Gijon, waar de FriMiBo en het einde van het schooljaar voor de studenten, luidruchtig gevierd wordt op de kades. Overal zien we de feestgangers grote groene flessen leegschenken, liefs ‘hoog’, als Marokkaanse muntthee en een kleine onderzoeking later begrijpen we dat dit de Gijojaanse cider betreft. Die moet Gigontisch lekker zijn, zo te zien.

Alhoewel het weer wat noord-spaande nevelig is, wil Minne graag surfen. Bij de plaatselijke surfschool boeken we een les in de ochtend. Er zijn meer kids die die ochtend het water in gaan dus kan Minne aansluiten. Dat zijn niveau van een andere orde gaat zijn zien we al in de kleedkamer, als we een aantal Spaanse jongetjes uit hun achterstevoren aangetrokken wetsuits moeten schillen.





De golven zijn best oke en we weten nu waar we moeten zijn en dus kunnen we de volgende dag zelf op pad naar het strand. Maar niet nadat we eerst nog de San Juan -Sint Jan- party meevieren in de stad. We voelen ons ook feestganger en gaan dus in het centrum een hapje eten en meteen aan de cider. Caatje en ik doen ruig en bestellen een hele fles van deze lokale lekkernij. Het effect doet denken aan de varkensoren van een maand eerder: de Gigojaanse cider is gigontisch, ja, hoe zeg je dat netjes, goor!


Omdat we ondertussen weten dat we weer door een Keltisch gebied reizen, gebruiken we de onmiskenbare roep van doedelzakblazers als kompas richting San Juan en zijn feest. Er blijkt een folkloristische doedelzakken- en slagwerk competitie gaande, die we na een paar optredens voor lief laten. We willen onze trommelvliezen graag sparen voor het vuurwerk, dat voor middernacht aangekondigd is en als aftrap zal gelden voor het aansteken van het gemeentelijke vreugdevuur. Op het strand zijn er reeds vele kleine vuurtjes aangestoken door groepjes jonge Gigojanen. Nadere bestudering van de brandstof laat zien dat het de schoolschriften van het afgelopen jaar zijn, die de vreugdevolle vlammen doen opwerpen. De kids tonen volledig begrip.



Het vuurwerk is natuurlijk gigontisch en het vreugdevuur mag er ook zijn. We zien wel dat de kelten hier geen Hagenezen zijn, maar toch brandt de constructie lekker. Met een flitsend netvlies en krakend trommelvlies begeven we ons rond 0100 uur richting boot. Surfen staat op het programma en een rondtocht door de stad op zoek naar de lekkerste lokale koekjes: de Gigon Goloso. Ook gigontisch lekker natuurlijk
Nog meer staat er op het programma overigens: de weersvoorspellingen voor de komende dagen laat zien dat we vanuit Bilbao en omstreken niet eenvoudig meer naar het noorden kunnen zeilen. We gaan veel tijd verliezen met verwaaid liggen als we ‘de hoek’ in zeilen. Dus besluiten we weer een oversteekje te doen. Gijon-La Rochelle gaat het worden. Twee etmalen zeilen, de korte versie van Biskaje oversteken. De weersverwachting hiervoor lijkt wel top en het weer in Frankrijk ook. We gaan Spanje dus nu al verlaten. Reden nog een keer terug te komen, we waren nog zeker niet klaar met het genieten van de Noordspaanse kust.

Minnr 10th August 2025
Jaa hoeraa voor Noord Spanje! Wat een avonturen weer. Met groet, Minne
Minne 10th August 2025
Jaa hoeraa voor Noord Spanje! Wat een avonturen weer. Helemaal verkeerde vraag natuurlijk maar wanneer zijn jullie weer de retour. Goede vaart en Met groet, Minne