Een volgend rendez-vous staat op de planning: Opi en Omi in Honfleur!
Vanaf Sark moeten we goede wind richting Cape De La Haque hebben en daar dood tij treffen om met stroom mee eerst een noordoostelijke en daarna een oostelijk route te volgen, waarna we weer stroom mee de Seine op nodig hebben. We hebben mazzel vinden we, want de Westelijke windrichting is prima en als we in de loop van de ochtend vertrekken komen we met stroom mee op slack bij de kaap aan om twee tijen later ook weer met stroom mee naar Honfleur re varen. Dat is de theorie.
In wat viezig weer verlaten we vroeg in de middag onze baai en zeilen weg door het water waar we deze ochtend nog in wetsuits doorheen gespoeld werden. Eenmaal op open zee breekt de zon door die achter de horizon wegzakt als we de klotsbak tussen de Cape en Alderney invaren. Onze boot voelt zich thuis en wij zijn meer dan goed ingeslingerd, dus varen we zonder een centje pijn de nacht in. Minne houdt het nachtwachtje voor gezien, die is nog moe van de coastering en dus start de wacht samen met Louise. De nacht is prachtig. Louise mijmert, de sterren fonkelen, de zee schuimt en de vuurtorens van Normandie accentueren de verre kust. We beseffen ons hoe ‘beladen’ dit stuk zee is. Op dit water en langs deze kusten begon het heroveren van onze vrijheid.

In de ochtend trekt de wind aan. Met een noodvaart sjezen we in de middag de Seine op en prijzen ons gelukkig dat we stroom en wind mee hebben. Van een bootje dat ons tegemoet vaart zien we nu en dan de kiel. Le Havre laten we lekker links liggen: ziet er altijd vrij somber uit…
Ruim op tijd beginnen we de zeilen te strijken om niet de invaart van het kanaaltje naar Honfleur te missen. En dan, dobberend en wapperend op de onstuimige rivier, wachtend op het openen van de sluis, zien we plots twee zwaaiende stipjes op de kant staan. Opi en omi!


Niet veel later liggen we geklemd tussen twee toeristenboten in de sluis en is er rust aan boord. Op de tor pruttelen we naar een mooi plekje aan de kaai en weer een paar tellen later kunnen we Bart en Ineke verwelkomen in onze kuip. Wat een feest!


Honfleur is toeristisch tot en met, maar toch een perfecte plek om je een paar dagen te vermaken. Mooie kerkjes, kunst, marktjes, winkeltjes, fietsen huren, zwemmen in het hotel, uit eten, parkjes, fruit de mer: als dan niet samen met Opi en Omi genieten we van de tijd in dit Normandische plaatsje.




Met de auto van Bart en Ineke bezoeken we Gold Beach in Arromanches-les-Bains. Indrukwekkend om te beleven: je systeem wordt overgenomen door droevenis en afgrijzen in combinatie met dankbaarheid om alle moed, vernuft en opoffering.




Weer later fietsen we -onder enig protest, de route is ietsiepietsie heuveliger dan verwacht- naar Deauville en Trouville. Bijzondere bebouwing, mega touristisch, heel leuk om te zien en ook heel fijn om te merken dat we in Honfleur nog veel fijner liggen. De golven worden afgekeurd: veel te laag, hierop valt niet te surfen. De ijsprijs is daarentegen wel meer dan hoog genoeg.







Na een paar heerlijke dagen in de haven vertrekken opi en omi richting Nederland en als diezelfde dag het tij goed is, piepen we de sluis uit om de ‘het Engelse kanaal’ weer op te gaan. Het eerste stuk kust waar we langs varen is industrieel ontwikkeld en de mooiigheid is er dan ook wel van af. En zo gaat het blijven voorlopig. Maar er is genoeg aan alternatiefs om naar te kijken, want altijd als je hier vaart, naar het noorden of het zuiden, is het zoeken naar de juiste routes tussen zandbanken en traffic zones, pilotage gebieden en redes, aanlooproutes, ferries, windmolenparken, boeien, restriced marine area’s en niet te vergeten de getijdestromen. De digitale kaarten die we hier gebruiken bieden veel details maar weinig overzicht en zeker in de nachtmodus, als de ondergrond van de plotter donker is, vergt het uitstippelen van de route geduld. Toch prijzen we ons rijk en na een mooie nacht verwisselen we Frankrijk voor België.




Terwijl de wind aanwakkert koersen we tegen de schemer de Schelde op. We hebben hier vaker gevaren, overdag, en dan is dit al een indrukwekkend druk gebied, nu in het donker komen we ogen te kort. De aanloop van Zeebrugge door zeeschepen is druk, de Schelde levert heel veel opkomend en afgaand verkeer waar pilots tussendoor scheuren. Over de VHF is het ondertussen een gecommuniceerd van je welste, met afwisselen Belgisch en dan weer Nederlandse nautische berichten. Zelfs Dover Coastguard pruttelt op de achtergrond mee.
Louise en Minne maken het gezellig in de kuip maar achter de stuurstand is het lastig consequent aan te haken bij de gesprekken, spelletjes en fitness oefeningen. Als de stroom mee kentert neemt in het vlagerige weer ook onze snelheid toe tot boven de 10 knopen en dat maakt navigeren nog uitdagender.
De kids kruipen tevreden in hun kooi als we de Nederlandse territoriale wateren hebben bereikt: er is nu echt wel genoeg fiducie dat we op oma’s verjaardag, in Arnemuiden afgemeerd zullen zijn.
De finale aanloop van Vlissingen is hectisch. We moeten de Schelde oversteken haaks op de stroom in enthousiast klotsend water, zeeschepen waar we dwars op koersen ontwijken, de havenmond te zien ontdekken tussen de duizenden lichtjes en met toenemende wind over dek de zeilen strijken. Als een soort vliegende Hollanders zwiepen we over de golven en door de vlagen tussen de lichtopstanden door en slaan af richting sluis, meteen achterop gelopen door een enorm vissersschip. Toch is het op elkaar ingespeeld zijn en het oneindige wederzijds vertrouwen zo heerlijk robuust, dat we niet veel later zonder een hapering of onvertogen woord in de sluis zijn afgemeerd. Caatje op de uitkijk op het voordek, een tros in haar hand, een wenk en een knik (een standaard ‘iets zachter Jes’) en altijd de eerste worp strak om een paal: vier maanden na vertrek, liggen we weer veilig binnendijks.


Caatje heeft overdag al een stekkie geregeld in de voorhaven van Vlissingen. Het waait ons echter veel te hard om in het pikkedonker achteruit varend diep het kleine haventje in te piepen, dus meren we langzij af bij een grote cat. Het is tegen 0200 uur als we moe maar voldaan de buik van ons schip in waggelen en in ons bed donderen. We verheugen ons ondertussen enorm op de dagen die komen.
Het is ongelofelijk heerlijk weer als Tieme en Gijs de volgende ochtend door Marloes bij de haven worden afgezet. Onze kids zijn verrukt: met z’n viertjes aan dek door Walcheren koersen, richting Middelburg! Muziek aan, op de giek zitten en een feestje bouwen!

Na een paar uur pruttelen in een vloot van jachtjes, varen we Middelburg in. We zien de nieuwe Marjolie (we kennen de oude versie uit onze vorige reis) prominent voor de haven liggen en piepen door het bruggetje en meren af aan de Rouaansekaai. Dit is pas echt thuis komen voor Caatje!
Louise en Minne vertrekken met de neven richting de Nadorstweg en gaan weer eens een nachtje in een echt huis pitten. Met Arjen en Marloes bezoeken Caatje en ik ’s avonds een foodfestival bij de Seismolen. We hebben heel veel verhalen uit te wisselen, want Arjen en Marloes hebben met hun kids (ook) een mooie reis gemaakt.

Met vier kids aan boord varen we een dag later naar Oranjeplaat. Het blijft wonderbaarlijk ons schip af te meren aan de achtertuin van Bart en Ineke. Zwaard op en een beetje door de prut schuiven en dan de lijnen op het precies passende steigertje. Al weer komen we thuis!
Een dag met waterpret volgt. Alles wat drijft wordt uit de schuur gehaald en in het Veerse Meer te water gelaten. In de avond tuigen we een buitenbios op, waarbij de beamer een film projecteert op een zeil dat we aan de boot hangen. De buren kijken geamuseerd mee en we beseffen on eens te meer hoe bevoorrecht we zijn -decadent soms- dat we dit kunnen doen. De mannentjes slapen met z’n drietjes in de als lounge ingerichte kuip, onder de grote tent.
Op de 11e arriveert ook Mieke, met trein in Zeeland. Oma en Louise slaken een zucht van verlichting: Mission accomplished! We zijn, zoals beloofd, voor de verjaardag van Mieke herenigd!
Langzaam maken we ons op voor een feestje. Maar eerst sloepen we naar Veere om ijs te eten en slepen we de kids op de sup terug. Wat een zomer! We dineren heerlijk met z’n allen in de tuin, wat fijn dat we met zo’n grote club bij Bart en Ineke welkom zijn.








De volgende dag is er feestontbijt, zijn er taarten, is er een feestlunch en wat dies meer zij. In het ochtendzonnetje genieten we van de verwennerij. Mieke is ondanks dat we een stoel aan tafel missen, heel jarig.



Aan het eind van de middag schepen we al weer in, want de wind is nog een paar dagen gunstig om naar het noorden te motoren, voor er alleen nog maar tegenwind zal komen. Bart en Ineke -op hun steiger- en onze crew -op het achterdek- zwaaien tot we elkaar niet meer kunnen zien. En dan de bocht om, koersje noord.


Over een steeds rustiger Veerse Meer koersen we richting de Oosterschelde. Tegen het tijd dat we bij Katse sluis komen, denken we pas weer verder. De Zeelandbrug, wanneer draait die ook al weer? Niet rond de spits, een uurtje of twee. En het is iets na vier…
Vol gas denderen we de Schelde over, maar het waypoint op de plotter, vlak voor de brug is steeds duidelijk: we halen de spitssluiting niet op tijd.
Caren en ik stressen er over, Mieke niet. Als we aan een mega dukdalf een lijntje hebben gelegd en de boot in de zeestroom voor de gesloten brug hangt, ‘gaan Caren en de kids kijken of ze een visje kunnen kopen in ‘de Val’.
Caren en de kids komen terug zonder visje, maar met Sanne aan boord: een totale verrassing voor Mieke! Het leverde even wat logistieke uitdagingen op (oa door het missen van de brug) maar het is gelukt: we kunnen de verjaardag van Mieke nu ook nog vieren samen met San aan boord!
Als de brug weer draait motoren we richting de ondergaande zon naar Schelpenhoek. Een mooi beschutte ankerplek die we eerder als eens bezocht hebben en prachtig op de route richting zee ligt. We zijn niet de enige maar vinden -wederom door amper diepgang- een perfect plekje.

De dag na alle festiviteiten zetten we Sanne weer af langs de kant en lichten het anker. Onze timing is weer relevant want bij de Oosterschelde kering kunnen we alleen met laag water door de sluis. Niet veel later koersen we de zee weer op. En wie schetst onze verbazing als de wind perfect blijkt om over een prachtig rustige zee naar het noorden te kunnen zeilen. Mieke wordt onderwijl aan boord goed verzorgt terwijl ze in haar ‘comfort seat’ vanaf de hekstoel het reilen en zeilen aan boord en de schoonheid van de zee en de kust gadeslaat.
Op het laatste uurtje na halen we zeilend Scheveningen. De haven is propvol maar we mogen achterin afmeren ‘tegen de praam’. Perfecte plek en ook nu weer ontmoeten we vrienden. Aan de kaai vinden we een leuk restaurant en zo blijft de feestweek een feest.







Ook feestelijk: ook de volgende dag is ondanks volledig andere voorspellingen, IJmuiden perfect bezeild. Als we de pieren invaren draait de wind en zou het met het zeilen op zee gedaan zijn, maar nu kunnen we op een fokje richting Amsterdam en even later de Oranjesluizen. We vinden het heerlijk deze tocht met Mieke te kunnen delen en besluiten als we ons ‘eigen Markermeer’ opvaren nóg een nacht aan ons avontuur te knopen door onder de dijk nog een keer het anker te laten vallen.





En dan, op 15 augustus, varen we ook ‘onze pieren’ weer binnen. Matisse en Kai staan -super lief- met ‘spandoekjes’ op de kade en ook vriendinnen van Louise komen naar Muiden. Dat maakt onze reis compleet. We zijn gezond en wel thuis gekomen van een reis die ons meer bracht dan we hadden durven dromen, hebben onze meest dichtbije familie om ons heen en aan boord gehad en leveren de kids af met hun vrienden op de kaai. We zijn dankbaar en blij. Het bloedend hart nemen we we met liefde voor lief.
