BOJANGLES

Atlantic Ocean Tour 2017-2018 / Biscay and Back 2025

Costa da Morte & Porto

Wegvaren uit a Coruña, naar het Westen, betekent het ronden van een paar beruchte kapen langs de ‘Costa da Morte’, de ‘kust van de dood’. Onder andere kaap Finesterre, waar in het verleden menig zeeschip op de puntige rotsen werd gespietst, ligt op ons pad. Het weer is rustig echter, de wind nihil, nog, dus motoren we de baai uit. Routinematig checken we de koelwatertemperatuur: hoger dan normaal, in dit vrij frisse water. Ook het ‘verklikkerstraaltje’ koelwater ontbreekt. De wierpot zit aardig vol, de aanvoerende slang lijkt ook wat vegetatie te herbergen. Dus keren we het schip en leggen 15 minuten later weer aan in a Coruña. Een duik onder het schip leert dat er een mooie prop Spaans wier uit de koelwaterinlaat bungelt. Ziet er gezellig uit voor de vissen maar werkt beroerd voor onze Nanni. Lekker opgefrist kunnen we weer losgooien en doen een tweede take off. 

Niet veel later zeilen we onder passaattuig (grootzeil en uitgeboomde genua) de eerste kaap rond en zetten even later koers pal zuid. Wat een feestelijk gevoel! We zijn nog geen drie weken op pad en hebben nu al Porto ‘in zicht’. 

Ook deze ochtend begint met nevels over de kust, die daardoor een nog indrukwekkender aanzicht krijgt. Maar zoals vaak, plots zijn de nevels weg en baadt de prachtige kust in het zonlicht.

Cabo de Santa Hadrián. Vaar er vooral niet tegen án.

Cabo Vilán. Wederom: vaar er nou niet tegen án!
Als je er heen wandelt zie je er een begraafplaats waar in 1890 de 173 opvarenden van een Engels schip, de Serpent, zijn begraven. Storm en een navigatiefoutje.

Cabo Fisterra, ofwel Cabo Finisterre, uit het Latijn: finis terrae, het einde van de wereld. Tot Columbus dus.
In 1870 kapseizde de HMS Captain hier, in een woeste storm. Ditmaal speelde een ontwerpfoutje de 500 bemanningsleden die hier het leven lieten parten.

We worden op de kaap gefotografeerd en gecontact door de Yuma. Wat sympathiek!

De noordwestelijke Spaanse kust staat bekend om de ‘ria’s’, een rij diepe inhammen, fjorden, vaak beschermd bij de monding door eilandjes. Een ideaal gebied om te zeilen daardoor, want bij vrijwel alle windhoeken beschermd tegen wind en hoge golven en oneindig gevarieerd in grote en kleine stadjes, stranden, baaitjes en ankerplekken.

Met ons midzwaard omhoog proberen we dichter on de kust te ankeren dan met de Bojangles I kon. Toch hebben we niet de neiging bij een draaiende wind en laag water met de kont de kust te kussen.

Tegen de schemer landen we bij Camariñas. We liggen rustig, onder het dorp en pakken de volgende ochtend de draad weer op. Omdat golfsurfen op de verlanglijst staan, ankeren we in de middag bij Corrubedo. Daar heeft Caatje al contact gehad met de plaatselijke surfclub. Alhoewel het inmiddels half mei is en 25 graden, worden we ingeschaald voor het wintertarief, dat tot 1 juni geldt. De volgende ochtend is er een privéles voor Louise en Minne aan de rand van het nationale park en in de middag duiken ze op eigen houtje nogmaals de golven in. Het strand is eindeloos, we kennen het nog van eerder, toen emmertjes en schepjes bij de strandoutfit hoorden. De Bojangles deint loom op swell die binnenkomt en 100 meter later breekt, vlak voor het moment dat onze kids de golf oppikken om zich naar het strand te laten spoelen. 

De stilte om ons heen blijft wonderbaarlijk. De meest fantastische baai met een van de mooiste stranden van Spanje en we liggen hier twee dagen helemaal alleen

Maar u begrijpt, het is nog winterseizoen hier

De weersvoorspelling voor de komende twee dagen zijn minder, dus zoeken we beschutting dieper in de ria, bij O Grove. Staat bekend als hét zeevruchtenstadje van de omgeving en logischerwijs zoeken we ’s avond een klein lokaal eethuisje op om daarvan te genieten. De Spaanse dames naast ons hebben een mooie variëteit aan hapjes staan, dus in mijn beste Spaans wijs ik op een mij onbekend maar heerlijk uitziend visschoteltje. Dat ook graag por favor!

Vanaf een meter of drie ziet dit er verrukkulluk uit hoor! Heus!

Niet veel later ligt de familie onder tafel van het lachen. In dit viswalhalla wordt mij een schotel vol aan stukken gesneden, heerlijk gemarineerde en krokant gebakken varkensoren geserveerd. Het kraakbeen knappert lekker, de randjes vet maken een en ander soepel doorslikbaar… En toch had ik net wat anders verwacht.

Foto hierboven: officiele we-voelen-ons-helmaal-chill-op-reis-moment met door Louise gemaakte verrassing-snack en twee flessen bubbels van Hans&Roos!

Het dek is schoongewaaid en schoongeregend, klaar voor weer een paar weken knallende zon

Het ankeren bevalt ons prima en dus zeilen we naar Isla Cies, mede om -bij gemis aan Carieb deze reis- het Bounty gevoel op te pikken. Ook Cies is onderdeel van een nationaal park en is niet vast bewoond. We zijn er zo vroeg in het seizoen dat er maar twee andere jachten voor het strand voor anker liggen en de camping is min of meer leeg. Helaas is Minne niet fit, die lijkt de 5e ziekte te hebben en dus gaat hij in de avond niet mee als de rest van de familie een borreltje gaat doen op de rotsen aan de zuidkant van het eiland. Per marifoon kunnen we contact met elkaar houden en af en toe checken hoe het in de ziekenboeg gaat. ‘Hier de Lispeltuut voor de Bojangles, hoe gaat het daar, over ?’

De volgende ochtend wil Minne wel mee en wederom is het eiland leeg. We ontdekken een hoekje van een strandje dat vol ligt met de meest fantastische verzameling schelpen. Zoiets hebben we nog nooit gezien en het schelpen zoeken, sorteren stopt pas als de zon knallend heet op onze koppen schijnt.

Met lichte tegenzin -maar in de wetenschap dat we over enkele weken hier weer langs zeilen- peddelen we terug naar de boot en lichten het anker en zeilen op de genua tussen rotseilanden en kliffen door naar Baiona. Daar kennen we de deftige jachtclub nog, die in het ‘Castello’ is gehuisvest. En ook nu ontdekken we weer delen van de stad die we eerder nooit zagen. Het lijkt wel alsof we destijds niet verder kwamen dan de eerste wipwap. Bij de replica van de Pinta, een van de drie scheepjes van de vloot van Columbus, staan we stil bij het feit dat de ontdekkingsreiziger na zijn eerste reis in 1493 hier aankwam en de wereld op z’n kop zette.

Uitkijkpost van de Castello waar ook de jachtclub deel van uit maakt. Muiden is leuk als ligplaats, deze haven doet er een klein schepje bovenop. En heus niet omdat deze club ook nog aan de atlantische oceaan ligt!

Vanuit Baiona zetten we koers naar Porto, of, althans, een haven twaalf mijl noord van Porto, want we willen de Bojangles een paar weken parkeren voor wat uitstapjes. In Povoa de Vazim is de haven goed beschut en oneindig veel goedkoper dan in Porto zelf. Toch schrikken we als we de boot aan de kant geknoopt hebben. Zijn we in een val gelopen, komen we hier ooit nog weg? Op de kant staan tientallen schepen die variëren van ‘bruikbaar maar verlaten’ tot ‘totaal wrak’ en ook in de haven liggen spookschepen aan de verweerde lijnen te rukken. In a Coruña is er zo’n moment om te kiezen je wereldreis te stoppen en van de Canarische eilanden weten we dat ook, maar blijkbaar is er ook een hele club bemanningen die de bibber in de benen gekregen hebben na de ‘Portugese Noord’ te hebben ontmoet en hier stranden. Die ‘Nortada’ vonden wij net als destijds ook nu weer indrukwekkend. De ochtend begint gemoedelijk, maar dan, rond tienen begint het feest. Van ploffend op de motor ben je in no time toe aan timen van snelheid records onder zeil. We zien onze boot in de middag de 12.2 knopen aantikken als we met vol tuig in vlagen van 20 knopen plus de golven afstuiven. Minuten lang sleuren we ruim 9 knopen. Dat zagen we boot nummer 1 nooit doen. Als we de 25 knopen in de rug hebben reven we het grootzeil maar eens, maar niet per se op verzoek van ons schip. Als een trein spoort ze naar het zuiden de golven af terwijl de stuurautomaat vrij gekregen lijkt te hebben. We zijn beduusd van de perfectie waarmee ons schip downwind door windkracht 7 in haar element lijkt en koers houdt. Dagger omlaag, zwaard omhoog, uitgeboomde genua en er is naast de sidderingen van een surf, rust aan boord. Na het rifje zijn ook de tussensprints iets kalmer en voel je met name in de kajuit niet dat we écht keihard varen, voor ons doen. En we beseffen dat wij tzt niet verder naar het zuiden willen maar juist weer naar het noorden moeten knuppelen. Terwijl we het stilstaan bij het zoveelste wegkwijnende schip beloven we elkaar plechtig ons schip hier weg te zeilen. Noord, zuid of west, maakt niet uit. WIJ ZEILEN HIER WEER WEG!

Van juf Hank hebben we de opdracht goed de geschiedenis van bezochte plekken op onze reis te bestuderen en die blijkt ons opvallend vaak voor de voeten geworpen te worden. Weer ff vloggen jongens!

Porto per metro is de eerst uitstap die we doen. In drie kwartier worden de het centrum in gereden en zijn meteen weer blij met deze vrolijke zonnige en mooie stad. Opvallend met 8 jaar gelden is de toegenomen drukte. De Douro is vergeven van de rondscheurende rondvaartboten, jetskies en zeiljachtjes die tot mini-cruise-boot zijn omgedoopt en toeristen in de brandende zon op het voordek vervoeren.  Ook kunnen we in het centrum niet ontkomen aan heren in tutuutjes en uitbundige roze uitdossingen, gorillapakken of kleurrijke pruiken en dames met miss-sherpa’s en andere ‘geestige’ outfits. Na kathedralen en kaarsen, shoppen en de Sephora, snacks en sneeuwballen (voor de boordverzameling) treinen we terug. 

Na enkele school en regeldagen -en eindelijk de Bojangles-sticker over de Arka! plakken- stappen we weer de metro in. Nu op weg naar Marokko: we gaan met koffers vol schaamte, per vliegtuig naar noord-Afrika. Nog verder de Portugese Noord meepakken richting Marokko (nog een dag of drie zeilen) en en passant de Algarve even aandoen lijkt aantrekkelijk. Toch zijn de nadelen die aan deze rit kleven ons te groot. Terugzeilen en de timing daarvan een beetje overzichtelijk houden is niet vanzelfsprekend. Vanuit Rabat kan je niet altijd de haven uit omdat bij flinke swell uitvaren gevaarlijk -en verboden- is. Dan moet ook de Noord zich dagen lang gedeisd houden: een kleine 550 mijl tegen 15 tot 30 knopen in zeilen klikt niet als een familietochtje. En last but not least: precies tussen Portugal en Marokko huist een clubje orka’s dat dol is op ‘roertje-slopen’ en we zien het niet zo erg zitten in Marokko een werf te moeten zoeken die onze oude alu dame moet zien te herstellen. Gedonder met het onderwaterschip hebben we al een keer meer dan uitgebreid genoeg beleefd ( zie hier ). Dus proppen we ons met vier rugzakjes en een weekendtasje in een Ryan Air toestel en leggen in 1 uur drie etmalen zeilen af voor een Afrikaanse kers op onze Zuid-Europese reis-taart.

Next Post

Previous Post

3 Comments

  1. Ineke 9th July 2025

    Weer zo leuk om te lezen, Jes. Ook al kennen we de verhalen onder jouw invalshoek leest het toch weer verrassend interessant.
    Prachtige foto’s daarnaast maken het af!
    Dank je wel en liefs van Ineke

  2. Minne 11th July 2025

    Wat een prachtige tocht nu weer! Ik reis op afstand mee en behouden vaart natuurlijk. En inderdaad, fruit de mer heeft een interessante aanvulling gekregen… met groet, minne

  3. Rinia Goudriaan 21st July 2025

    Beste Caren en gezin, wat leuk om in de mail te lezen dat jullie opnieuw het ruime sop hebben gekozen. Wat een avontuurlijke familie!

    Ik lees jullie blog met veel genoegen en kijk uit naar de volgende.
    Een fijn avontuur met het gezin!

    Lieve groet
    Rinia (ah ks)

Leave a Reply

© 2025 BOJANGLES

Theme by Anders Norén